Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Melanagromyza aeneoventris

Melanagromyza aeneoventris (Fallén, 1823)

op Asteraceae

parasiet

De larve leeft als boorder in de stengel; daar ook het puparium.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Carduus acanthoides, crispus; Cirsium arvense, eriophorum, palustre, vulgare; Inula; Jacobaea vulgaris.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2018).

puparium

Puparium gelig wit tot bleek strokleurig. Achterspiracula ongeveer door hun eigen diameter gescheiden, voorzien van een centrale gechitiniseerde stekel, die gaaf kan zijn maar ook stomp en rafelig, omgeven door 14-18 goed gedifferentieerde papillen.

synoniemen

Melanagromyza aeneiventris; M. cirsii (Rondani, 1875).

literatuur

Allen (1956a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Cerny (2001a, 2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý & Merz (2005a, 2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Cikman & Sasakawa (2007a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Gibbs (2002a), Griffiths (1962a), Hering (1955b, 1957b), Kabos (1971a), de Meijere (1924a, 1939a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1986a, 1990a, 1996a), Papp & Černý (2015a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1995a, 1996a), Spencer (1953a, 1957d,f, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 14.xii.2018