Melanagromyza dettmeri Hering, 1933

op Centaurea

parasiet

De larve boort in de stengel; daar ook de verpopping.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Centaurea jacea, nigra, scabiosa.

Vermeldingen van andere plantengeslachten zijn wel zeker onjuist.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2018).

larve

De achterspiracula raken elkaar bijna; ze dragen een grote sterk gechitiniseerde doorn omgeven door incomplete cirkel van 14 papillen.

Melanagromyza dettmeri: larva

larve (uit Hering, 1957b). a,kopskelet; b,mandibel; c,voorspiraculum; d,achterspiracula.

literatuur

Beuk (2002a), Černý, Vála & Barták (2001a), Griffiths (1962a), Hering (1933c, 1943a, 1957b), de Meijere (1939a), Pakalniškis (1986a, 1990a, 1996a, 1998a), Papp & Černý (2015a), Spencer (1957d, 1969a, 1972a, 1976a, 1990a).

mod 15.iii.2018