Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Melanagromyza lappae

Melanagromyza lappae (Loew, 1850)

op Arctium

Melanagromyza lappae: larva in Arctium stem

Arctium spec., Denemarken, zuidelijk Zealand © Simon Haarder: larve in het merg van een stengel

Melanagromyza lappae: larva, post. spiraculum

achterspiraculum van de larve

parasiet

Een ei wordt afgezet in een blad. Via een kort gangmijntje bereikt de larve een nerf; vandaar daalt hij als boorder af naar de stengel.De larve leeft vervolgens als boorder in het merg; daar ook de verpopping.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Arctium lappa, minus.

De vele vermeldingen naar andere plantengeslachten in de oudere literatuur berusten op onjuiste interpretaties van de soort.

fenologie

Eén generatie.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2018).

larve

De achterspiracula zijn tot één sterk gechitiniseerd geheel versmolten. Elk individueel spiraculum telt 20-22 papillen met in hun midden een grote gekromde stekel.

Melanagromyza lappae: larva

larve (uit Hering, 1957b). a,kopskelet; b,mandibel; c,voorspiraculum; d,achterspiracula, e,bestekeling.

literatuur

Allen (1956a), Beuk (2002a), Bland (1977a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1996a), Dempewolf (2001a), Hering (1955b, 1957b, 1967a), Kabos (1971a), de Meijere (1924a, 1939a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1996a, 1999a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spencer (1953a, 1957d, 1972a, 1976a), Starke (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Warrington (2018c).

Laatste bewerking 5.ix.2019