Melanagromyza symphyti Griffiths, 1962

op Symphytum

parasiet

De larve leeft als boorder in het inwendige van de stengel, bladstelen en bloemsteel; daar ook de verpopping.

waardplanten

Boraginaceae, monofaag

Symphytum officinale.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2018).

larve

Beschreven door Griffiths.

puparium

Roodbruin. Achterspiracula van elkaar gescheiden door ongeveer hun diameter; elk met een zwakke centrale stekel omringd door 26-35 zeer onregelmatig gerangschikte kleine papillen.

Melanagromyza symphyti: hind spiracula

achterspiracula (uit Griffiths, 1962a)

literatuur

Černý (2001a), Černý & Merz (2006a), Griffiths (1962a), Pakalniškis (1993a, 1996a), Papp & Černý (2015a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a), Spencer (1972a), von Tschirnhaus (1999a).

mod 19.iii.2018