Ophiomyia curvipalpis (Zetterstedt, 1858)

kamilleschorsmineerder

mijn

Fijn, onderzijdig of bovenzijdig gangetje dat eindigt op een dikke nerf. Vandaar loopt de mijn uiteindelijk naar de stengelschors; daar vindt ook de verpopping plaats, gewoonlijk niet ver van de wortelhals. De mijnen in de stengelschors zijn vaak te herkennen doordat ze rood verkleuren.

waardplanten

Asteraceae en Lamiaceae, nauw polyfaag

Achillea millefolium, ptarmica; Artemisia absinthium, campestris, vulgaris; Aster; Centaurea jacea, stoebe, thuilleri; Clinopodium vulgare; Cota tinctoria; Cyanus segetum; Hieracium lachenalii subsp. cruentifolium, laevigatum; Reichardia; Satureja; Solidago virgaurea; Stachys glutinosa; Tanacetum vulgare; Tripleurospermum inodorum.

Door Spencer (1971a) in Italië eens gevonden op Medicago sativa.

fenologie

Larven in juni-september (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Servië, en van Engeland tot de Baltische Staten en Hongarije; ook Thracië (Fauna Europaea, 2008) en Turkijë (Civelek, Deeming & Önder, 2000a).

larve

Beschreven door de Meijere (1925a, 1928a, als proboscidea). Achterspiraculum met 9-10 papillen.

puparium

de Meijere (1937a).

synoniemen

Ophiomyia proboscidea (Strobl, 1900); O. major (Strobl, 1900); O. prominens (Becker, 1908), O. achilleae Hering, 1937.

literatuur

De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2004a, 2007a, 2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a, 2006a), Černý, Vála & Barták (2001a). Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Civelek, Deeming & Önder (2000a), Hering (1921a, 1924a, 1925a, 1928a, 1955b, 1957a,b), Maček (1999a), de Meijere (1925a, 1928a, 1937a, 1938a, 1946a, 1950a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1986a, 1990a, 1994a, 1998c), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Sønderup (1949a), Spencer (1957a, 1964a, 1967a, 1971a, 1972a,b, 1974a, 1976a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (199a).

mod 14.xii.2018