Amauromyza fraxini (Beiger, 1980)

Amauromyza fraxini mines

Fraxinus angustifolia subsp. oxycarpa, Moldavië; uit Hering (1932g)

Amauromyza fraxini: mines on Fraxinus cf. angustifolia

Fraxinus cf. angustifolia, Bulgarije, Varna © Stéphane Claerebout

Amauromyza fraxini: mine

mijn

Amauromyza fraxini: mine, lighted from behind

zelfde mijn, in doorzicht

Amauromyza fraxini: mine with exit slit

mijn met boogsnede

mijn

Fijn, niet al te sterk gekronkeld, bovenzijdig, snel breder wordend gangetje. Frass als kleine staafjes regelmatig aan weerszijden van de gang. Verpopping buiten de mijn (foto hierboven).

waardplanten

Oleaceae, monofaag

Fraxinus angustifolia subsp. oxycarpa (= “F. pannonica”), pallisiae.

Hering (1932g) vermeldt de mijn van F. excelsior, maar de afbeelding laat zien dat de blaadjes evenveel zijnerven als tandjes hebben, wat indicatief is voor angustifolia.

fenologie

Larven tot in augustus, maar (Hering, 1957a), but Skuhravá & Roques (2000a) schrijven over imagines in april.

verspreiding binnen Europa

Moldavië en Bulgarijë (Fauna Europaea, 2010); door Hering (1960a) genoemd uit Roemenië, en door Süss (1999a) gevonden op Sicilië; Frankrijk (Reymonet & Ellis, 2019a).

larve

Achterspiraculum met drie papillen; mandibel met twee tanden, de voorste van de lange, rechter mandibel sterk uitgetrokken, wat aan een Liriomyza doet denken (Hering, 1960a). Zie ook Papp & Černý.

synoniemen

Aulagromyza, Paraphytomyza fraxini.

opmerkingen

Tot de beschrijving van het imago door Beiger alleen als mijn bekend.

literatuur

Hering (1932g, 1957a, 1960a), Papp & Černý (2016a), Reymonet & Ellis (2019a), Skuhravá & Roques (2000a), Süss (1999a).

mod 5.ii.2019