Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Amauromyza labiatarum

Amauromyza labiatarum (Hendel, 1920)

7167tr

Lamium album, Amsterdam

8761

Ajuga reptans, Amstelveen, JP Thijssepark: frasspatroon in de begingang

mijn

Het eerste deel van de mijn bestaat uit een vrij lange, bovenzijdige, slanke gang. Na een vervelling gaat de larve over op een heel ander type mijn: een bovenzijdige primaire blaas zonder vraatlijnen. Vaak wordt de begingang geheel of gedeeltelijk door de blaas overlopen. In de gang is de frass vervloeid tot een brede groene band; aan de randen zijn nog weinig zeer kleine korreltjes zichtbaar. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Lamiaceae, breed oligofaag

Ajuga genevensis, reptans; Ballota nigra; Galeopsis pubescens, speciosa, tetrahit; Glechoma hederacea; Lallemantia; Lamium album, amplexicaule, galeobdolon, maculatum purpureum; Leonurus cardiaca; Lycopus europaeus; Marrubium vulgare; Melissa officinalis; Melittis melissophyllum; Mentha; Prunella vulgaris; Scutellaria altissima, galericulata; Stachys alpina, germanica, officinalis, palustris, recta, sylvatica; Teucrium chamaedrys, scorodonia.

Ballota, Galeopsis, Glechoma en Lamium zijn de voornaamste waardplant-geslachten. Andere vermeldingen zijn: Anchusa arvensis (Huber, 1969a); Rhinanthus alectorolophus (Skala & Zavřel, 1945a); Salvia viridis (Buhr, 1932a); Scrophularia nodosa (Maček, 1999a); Verbena (Hering, 1957a; Robbins, 1991a). De status van deze waarnemingen is niet duidelijk.

fenologie

Larven in mei-juli en augustus-october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis, 2002, 2007: Kautenbach, Clervaux, Flaxweiler, Hobscheid).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Frankrijk, Italië, Albanië en Roemienië, en van Ierland tot de Baltische Staten en Polen (Fauna Europaea, 2007); ook Bulgarijë (Buhr, 1941b).

larve

puparium

synoniemen

Dizygomyza, Phytobia labiatarum; waarschijnlijk ook Phytobia semigyrans Rydén, 19564 (Spencer, 1976a).

opmerkingen

zie ook ‘cf. Amauromyza labiatarum‘ op Mercurialis annua.

literatuur

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1931a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2011a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1996a, 1999a), Drăghia (1967a), Dursun, Civelek, Barták ao (2015a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hartig (1939a), Hering (1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1925a, 1928a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1982a, 1990a), Papp & Černý (2016a), Robbins (1991a), Rydén (1926a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1971a, 1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss & Moreschi (2003a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 25.vii.2020