Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Amauromyza lamii

Amauromyza lamii (Kaltenbach, 1858)

Amauromyza lamii: mine on Glechoma hederacea

Glechoma hederacea, België, prov. Namen, Couvin, Ry de Pernelle © Stéphane Claerebout

Amauromyza lamii: mine on Glechoma hederacea, detail

detail van de begingang

Amauromyza lamii: mine on Stachys sylvatica

Stachys sylvatica, Duitsland (Baden-Württemberg): Baden-Weiler

Amauromyza lamii:  occupied mine on Galeopsis tetrahit

Galeopsis tetrahit, België, prov. Namen, Parc National de Furfooz © Stéphane Claerebout

mijn

Het eerste deel van de mijn bestaat uit een vrij lange, slanke gang. Na een vervelling gaat de larve over op een heel ander type mijn: een grote bovenzijdige primaire blaas zonder vraatlijnen. In de gang ligt de frass in duidelijke draadstukjes afwisselend aan de zijden, vlak tegen de wand. De larve verlaat de mijn voor de verpopping.

waardplanten

Lamiaceae, oligofaag

Ajuga reptans; Ajuga; Ballota nigra; Chaiturus marrubiastrum; Galeopsis tetrahit; Glechoma hederacea, hirsuta; Lallemantia; Lamium album, galeobdolon, maculatum, orvala, purpureum; Leonurus cardiaca; Marrubium vulgare; Melittis melissophyllum; Mentha; Scutellaria columnae; Stachys alpina, menthifolia, officinalis, palustris, sylvatica.

fenologie

Larven in mei-juli en augustus-october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE De Meijere (1925a) vermeldt bij de beschrijving van de larve geen herkomst. Kennelijk stamde zijn materiaal niet uit Nederland, want de soort is niet opgenomen in de naamlijst van 1939. Waargenomen op verscheidene plaatsen (Ellis).

LUX waargenomen (Ellis, 2002: Kautenbach, Clervaux).

verspreiding binnen Europa

Van België tot Polen, Moldavië en Roemenie; wellicht ook in Engeland (Fauna Europaea, 2007).

larve

Beschreven dooor Demoewolf (2001a) en de Meijere (1925a). Van de drie papillen op het achterspiraculum van de larve is het achterste maar weinig groter dan de andere twee, en niet sterk haakvormig gekromd; dit onderscheidt A. lamii en morionella samen van A. labiatarum, de gewoonste Amauromyza op Lamiacae.

synoniemen

Dizygomyza, Phytobia lamii.

literatuur

Ahr (1966a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a 1970a, 1979a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2011a, 2013a), Černý & Vála (1996a), Černý, Vála & Barták (2001a), Drăghia (1967a, 1968a, 1970a,1972a, 1974a), Hering (1930b, 1932g, 1955b, 1957a, 1961a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Michalska (1972a, 1976a, 2003a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Papp (2009a), Papp & Černý (2016a), Pârvu (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Starke (1942a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1971a, 1976a), Stammer (2016a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a).

31/03/2017

Laatste bewerking 18.vii.2017