Cerodontha alpina Nowakowski, 1967

Diptera, Agromyzidae

mijn

Onderzijdig, gang-achtig; frass in talrijke geleidelijk groter wordende korrels. Verpopping in de mijn; de achterspiracula prikken door de epidermis naar buiten.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

fenologie

Larven van augustus tot october.

verspreiding binnen Europa

Polen, Hongarije (Fauna Europaea, 2010); Oostenrijk (von Tschirnhaus, 1982a); Zwitserland (Černý & Merz, 2007a); hooggebergte.

larve

Voorspiraculum knopvormig met 5 kleine papillen. Achterspiraculum met drie papillen; een ervan is vrij kort en teruggekromd, de twee andere zijn sterk verlengd en met elkaar vergroeid tot een rechtopstaande stekel.

puparium

Afgeplat, 2-2.5 mm lang.

opmerkingen

Behoort tot het subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

Černý & Merz (2007a), Michalska Myssura & Walczak (2010a), Nowakowsi (1973a), Papp & Černý (2016a), von Tschirnhaus (1982a), Zlobin (1984a).

28/03/2017

mod 28.vii.2017