Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cerodontha angulata larva

Cerodontha angulata

14199_lv

Carex pendula, Bunderbos: de enorme frassklont in de darm is kenmerkend voor veel Cerodontha‘s

14199_kop14199_mand

“kop” en mandibels. De vlezige knobbels dorsaal en ventraal (gegaffeld!) op de prothorax en ventraal ook op de mesothorax zijn kenmerkend voor de subgenera Butomyza (waartoe angulata behoort) en Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

14199_aspd14199_aspl

voorspiracula dorsaal en lateraal; deze kamvormige spiracula zijn voor Agromyzidae heel ongewoon; omdat ze zo lijken op die van allerlei andere vliegen is dit waarschijnlijk de primitieve situatie.

14199_pspd14199_pspdl

abomeneinde met de relatief kleine laterale wratten en (lager, en daardoor onscherp) de achterspiracula; daarnaast de achterspiracula in meer detail, met drie dwarsgeplaatste verlengde pappillen (de vierde papil is de uitgetrokken spits, die te zien is op de © hieronder).

14199_pspl14199_rostrum

achterspiraculum lateraal; daarnaast de “kop” in bovenaanzicht: er is een smalle frontale kiel, bezet met fijne stekeltjes

De larve wordt beschreven door de Meijere (1926a, als semiposticata), Nowakowski (1973a) en Dempewolf (2001a). De voorspiracula zijn kamvormig. De achterspiracula hebben vier grote, klauwachtig vervormde papillen; aan hun basis een kleine zwarte wrat.

8.xii.2007

Laatste bewerking 25.vii.2017