Cerodontha beigerae Nowakowski, 1972

mijn

puparium gewoonlijk in de mijn.

waardplanten

Poaceae, nauw oligofaag

Agrostis canina; Calamagrostis arundinacea, canescens, villosa.

Voorkeur voor natte terreinen.

fenologie

Larven in juli-september (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs e.a., 1994a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Duitsland, Polen, Hongarije (Fauna Europaea, 2007); ook België.

larve

Larve en puparium beschreven door Nowakowski (1973a). Achterspiracula gegaffeld; de papillen zijn vergroeid en vergroot, en de ademhalingsopeningen die in de top van elke papil eindigen zijn sterk vergroot, tot enige slingerende spleten. Lichaamssegmenten opzij over de volle breedte bestekeld.

opmerkingen

Behoort tot het subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

Černý & Merz (2007a), Nowakowsi (1972a, 1973a), Papp & Černý (2016a), Scheirs ao (1994a), von Tschirnhaus (1999a), Zlobin (1986a).

mod 17.iii.2019