Cerodontha luzulae (Groschke, 1957a)

15013

Luzula sylvatica, Bunderbos (bladtop links)

mijn

Vrij smalle gang, bovenzijdig of interparenchymaal, 12-20 cm lang, ca 2 mm breed. Mijnen steken geel af tegen het donkergroene blad, maar soms zijn ze diep purper (Bland, 1993b). De mijn verandert zeker tweemaal van richting. De mijn blijft gewoonlijk geheel beperkt tot de bladschijf. Frass in één of twee grote klompen. Het puparium blijft in de mijn.

waardplanten

Juncaceae, nauw monofaag

Luzula sylvatica.

fenologie

Nowakowski (1973a) geeft augustus-october als periode dat larven optreden, maar in Nederland zijn larven gevonden in November, en Robert Chelt vond in Engeland een puparium in eind januari.

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007a).

NE waargenomen (Ellis, Bunderbos).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007a).

verspreiding binnen Europa

Engeland, Duitsland, Polen, Hongarijë (Fauna Europaea, 2007a).

larve

puparium

synoniemen

Phytobia luzulae.

opmerkingen

Behoort in het subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

Bland (1993b), Černý (2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý, Barták & Roháček (2004a)m Černý, Barták & Vaněk (2009a), Černý & Merz (2007a), Gibbs (2003a), Groschke (1957a), Maček (1999a), Nowakowski (1973a), Papp & Černý (2016a), von Tschirnhaus (1957a, 1999a).

mod 1.i.2019