Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cerodontha morosa

Cerodontha morosa (Meigen, 1839)

mijn

Lange bovenzijdige gangmijn vooral in het middendeel van de bladeren. De mijn daalt af, maar verandert enige malen van richting. Frass in één grote klomp. Puparium in de mijn.

waardplanten

Cyperaceae, breed monofaag

Carex acuta, acutiformis, brizoides, echinata, elata, grayi, hirta, pallescens, panicea, pseudocyperus, riparia, rostrata, vesicaria, vulpina.

De belangrijkste hieronder zijn vermoedelijk acutiformis en hirta. Mogelijk ook op Scirpus sylvaticus.

fenologie

Larven in mei-juni, mogelijk nog een tweede generatie (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE niet waargenomen. De Meijere vermeldt in zijn laatste naamlijst (1939a) weliswaar Dizygomyza morosa, maar hij noemt in de synonymie riparia van der Wulp en laterella Zetterstedt. De interpretatie van de eerste nama is niet bekend, laterella is een synoniem van C. bimaculata. Ook in eerdere publicaties van de Meijere (1928a, 1934a, 1938a) komt geen duidelijk beeld naar voren van zijn interpretatie van morosa.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Ijsland en Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Ierland tot Wit-Rusland en Hongarije (Fauna Europaea, 2007).

larve

Beschreven door Hering (1926b), Nowakowski (1973a) en Beri (1971b, als graminiphila). Achterspiraculum met 3 verlengde papillen, waarvan er twee zich om de basis van het spiraculum vouwen. De beschrijvingen door de Meijere (1928a, 1934a, 1938a) hebben in elk geval ten deel betrekking op andere soorten.

synoniemen

Agromyza grossicornis Zetterstedt, 1860; Cerodontha islandica Griffiths, 1968; C. gallica Nowakowski, 1967; C. graminiphila Garg, 1971.

opmerkingen

Behoort tot het subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

Spencer (1971b) waarschuwt dat de meeste referenties van de 50 jaar voordien (ook die van Hering) in feite betrekking hebben op C. suturalis.

literatuur

Andersen (2012a), Beiger (1960a, 1965a), Beuk (2002a), Buhr (1932a), Černý (2001a, 2007a, 2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý, Barták & Vaněk (2009a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Černý & van Zuijlen (2022a), Eiseman & Lonsdale (2018a), Eiseman, Lonsdale, van der Linden ao (2021a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Martinez (1987a), de Meijere (1928a, 1934a, 1938a, 1939a), Nowakowski (1973a), Pakalniškis (1986a, 1998a), Papp & Černý (2016a), Sasakawa (1961a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), Vála & Rohacek (1983a), von Tschirnhaus (1999a), Zlobin (1986b).

Laatste bewerking 24.ii.2024