Cerodontha pseuderrans (Hendel, 1931)

mijn

Mijn in de de bladtop. Frass in enkele grote klompen. Puparium in de mijn.

waardplanten

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex hirta.

fenologie

Larven van juli tot augustus (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Oostenrijk, en van Engeland tot de Baltisch Staten en Hongarijë (Fauna Europaea, 2007).

larve

Achterspiraculum aan de basis, lateraal, met een zwarte wrat, die van een soort wortel is voorzien; de wratten zijn groot en raken elkaar (Nowakowski, 1973a).

puparium

roodbruin; achterspirscula met papillen (Papp & Černý).

synoniemen

Cerodontha fonsecai Spencer, 1971.

opmerkingen

Behoort tot het subgenus Butomomyza (Nowakowski (1973a).

literatuur

Černý (2007a, 2011a), Černý & Bächli (2018a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Nowakowsi (1973a), Pakalniškis (1998a), Papp & Černý (2016a), Spencer (1954a, 1972a, 1976a). Süss (1999a), von Tschirnhaus (1999a).

mod 17.iii.2019