Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cerodontha pygmella

Cerodontha pygmella (Hendel, 1931)

mijn

Brede langgerekte blaasmijn. Frass groenig. Gewoonlijk een aantal larven samen in een mijn. Verpopping in de mijn. De zwarte puparia zijn elk met een spinseldraadje aan het achtereind verankerd in de mijn.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Calamagrostis arundinacea, epigeios, villosa; Drymochloa sylvatica; Leucopoa carpatica.

fenologie

Larven van juli tot october.

BENELUX

niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en de Baltische Staten tot Duitsland, Tsjechië en Slowakije, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2009); gebergte-soort (Nowakowski, 197a). Door Gil Ortiz (2009a) vermeld uit Spanje.

larve

Achterspiraculum met 5-6 klauwachtige papillen. Naast en onder de basis ervan een grote zwarte “wrat”, met een goed herkenbare donker gekleurde “wortel” (Nowakowski, 1973a).

pop

Diepzwart, glimmend metaalviolet of blauw. De achterspiracula op een gemeenschappelijke sokkel (Nowakowski, 1973a).

synoniemen

Cerodontha lapplandica (Rydén, 1956); C. tatrica Nowakowski, 1967.

opmerkingen

Behoort in het subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a; Spencer, 1976a).

literatuur

Andersen (2012a), Černý, Barták & Vaněk (2009a), Gil Ortiz (2009a), Gil-Ortiz, Martinez & Jiménez-Peydró (2010a), Kahanpää (2014a), Nowakowski (1973a), Pakalniškis (1994a), Papp & Černý (2016a), Rydén (1956a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a), Vála & Rohacek (1983a), Warrington (2019e).

Laatste bewerking 9.i.2020