Cerodontha zoerneri Nowakowski, 1973

Diptera, Agromyzidae

mijn

Grote witte mijn, meestal in de tweede helft van het blad; puparium in de mijn.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Calamagrostis arundinacea, canescens, epigeios; Phalaroides arundinacea.

fenologie

Larven van juni tot october, in twee generaties.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Duitsland, Polen, Tsjechië (Fauna Europaea, 2010).

larve en puparium

Niet te onderscheiden van die van Cerodontha pygmaea.

synoniemen

Wellicht is zoerneri slechts een jong synoniem van C. pygmaea (Meigen, 1830).

opmerkingen

Behoort tot het subgenus Poemyza(Nowakowski, 1973a).

literatuur

Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Vála (1996a), Nowakowsi (1973a), Papp & Černý (2016a), von Tschirnhaus (1999a).

22/01/2017

mod 23.vii.2017