Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Chromatomyia horticola

Chromatomyia horticola (Goureau, 1851)

tuinmineervlieg

allerlei kruiden

Chromatomyia horticola: mines on Brassica napus

Brassica napus, Hongarije, Mosonmagyaróvár © László Érsek

Chromatomyia horticola: opened mine

detail

Chromatomyia horticola: puparium in the mineChromatomyia horticola: larva

pop in popppenwieg, larve

Chromatomyia horticola mine

Papaver rhoeas, Diemen

mijn

Bovenzijdige, minder vaak onderzijdige, gangmijn. Frass in geïsoleerde korreltjes. Het puparium wordt in de mijn gevormd, meestal aan de onderzijde in een poppenwieg. De voorspiracula van het puparium steken als bruine haakjes door de epidermis naar buiten.

waardplanten

Achillea filipendulina, millefolium, ptarmica; Adenostyles; Ajuga; Alcea rosea; Alliaria; Allium; Amaranthus; Anchusa; Antirrhinum majus; Arctanthemum arcticum; Arctium lappa, tomentosa; Armoracia; Artemisia absinthium, vulgaris; Asperugo procumbens; Aster; Astrantia major; Aurinia saxatilis; Brassica napus, oleracea; Buglossoides arvensis; Cannabis sativa; Capsella; Cardaria draba; Centaurea jacea, macrocephala, melitensis, phrygia, solstitialis; Centranthus; Chelidonium; Chenopodium; Chrysanthemum indicum; Cirsium arvense, creticum, oleraceum; Clinopodium vulgare; Coreopsis grandiflora; Crupina crupinastrum; Cucumis melo, sativus; Cucurbita pepo; Cyanus montanus; Dahlia; Dendranthema grandiflorum; Diplotaxis tenuifolia; Echium vulgare; Erigeron; Erysimum cheiri; Galeopsis; Gerbera jamesonii; Glebionis coronaria; Gypsophila paniculata; Helianthus annuus; helminthotheca echioides; Hesperis; Humulus lupulusl Hyoseris radiata; Impatiens parviflora; Isatis; Jacobaea subalpina; Knautia; Lactuca sativa, serriola; Leontopodium nivale subsp. alpinum; Leucanthemopsis alpina; Leucanthemum maximum, vulgare; Linaria genistifolia, vulgaris; Linum usitatissimum; Lupinus angustifolius; Lycopersicon esculentum; Malva neglecta, sylvestris;Matthiola incana; Meconopsis; Medicago sativa; Mentha longifolia; Misopates orontium; Myagrum perfoliatum; Nicotiana tabacum; Ononis reclinata, spinosa subsp. hircina; Origanum vulgare; Papaver rhoeas, somniferum; Petroselinum crispum; Petunia axillaris, x hybrida; Phacelia tanacetifolia; Phaseolus vulgaris; Pisum sativum; Plantago lanceolata, major; Psephellus dealbatus; Ranunculus lingua; Raphanus sativus; Rapistrum rugosum; Reseda; Rudbeckia laciniata, nitida; Salvia nemorosa; Senecio doria, eucanthemifolius subsp. vernalis, nemorensis, vulgaris; Sinapis; Sisymbrium officinale; Solanum nigrum; Sonchus arvensis, asper, bulbosus, oleraceus, Tanacetum parthenium, vulgare; Taraxacum officinale; Thlaspi; Trifolium incarnatum, pratense, stellatum; Tripleurospermum maritimum; Tropaeolum majus; Tyrimnus leucographus; Valeriana montana, officinalis; Valerianella; Vicia faba, sativa; Zinnia elegans.

fenologie

In 2-6 generaties per jaar (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (Beuk, 2002a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa (Fauna Europaea, 2007).

larve

Beschreven door Dempewolf (2001a); achterspiraculum met 6-9 papillen.

puparium

synoniemen

Phytomyza atricornis Meigen (ten dele); Phytomyza horticola; Ph. bidensivora Séguy, 1951; Ph. cucumis Macquart, 1854; Ph. fediae Kaltenbach, 1860; Ph. lactucae Vimmer, 1928; Ph. linariae Kaltenbach, 1862; Ph. meliloti Brischke, 1882; Ph. nainiensis Garg, 1971; Ph. pisi Kaltenbach, 1864; Ph. subaffinis Malloch, 1914; Ph. tropaeoli Dufour, 1857.

opmerkingen

Tot in het midden van de zestiger jaren gold Phytomyza atricornis Meigen als een van de talrijkste en meest polyphage agromyziden. De revisie door Griffiths (1967a) maakte echter duidelijk dat onder deze naam twee soorten schuilgaan: Chromatomyia syngenesiae (Hardy) en Ch. horticola (Goureau). Het verschil is alleen te zien aan de inwendige structuur van de mannelijke genitaliën; voor wijfjes, larven en mijnen zijn nog geen bruikbare verschilkenmerken gevonden. Ongelukkigerwijze zijn zowel syngensiae als horticola talrijk en polyphaag, al geldt in het algemeen dat syngenesiae vrijwel uitsluitend voorkomt op Asteraceae. C. horticola komt op tenminste 24 plantenfamilies voor, met een voorkeur voor Asteraceae, Brassicaceae en Fabaceae. Beide soorten zijn uitgesproken cultuurvolgers, die het meest optreden in stedelijke omgeving.

Voor de praktijk van het determineren van mijnen-materiaal kiezen sommigen ervoor om de oude, collectieve, naam atricornis te gebruiken voor beide soorten. Iets precieser is om waarnemingen van Asteraceae als “cf. syngenesiae” te benoemen, en waarnemingen van niet-Astereaceae horticola.

opmerkingen

Vooral in Centraal Europa een ernstige plaag op erwten en sierplanten (Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a).

literatuur

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1931a, 1933a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1979a, 1989a), Benavent-Corai, Martinez, Moreno Marí & Jiménez Peydró (2004a), Beri (1971e), Beuk (2002a), Bland (1994b), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1964a), Černý (2001a, 2004a, 2007a, 2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý, Barták & Vaněk (2009a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1999a, 2006a), Černý, Vála & Barták (2001a), Chałańska, Łabanowski & Soika (2006a), Çikman, Beyarslan & Civelek (2006a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Dempewolf (2001a, 2004a), Drăghia (1967a, 1972a, 1974a), Edmunds (2013a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Gil-Ortiz, Falcó-Garí, Oltra-Moscardó ao (2009a), Griffiths (1967a, 1972b, 1974c, 1976c), Guglya (2021a), Haase (1942a), Hering (1927a, 1932g, 1957a, 1960a, 1967a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), Michalska (1976a, 2003a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1990a, 1996b, 2000a), Robbins (1991a), Sasakawa (1997b), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1995a) Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Šefrová (2015a), Séguy (1950a), Skala (1951a), Spencer (1971a, 1972a,b, 1973c, 1974a, 1976a,b), Stammer (2016a), Starý (1930a), Stolnicu (2007a), Süss (1982a), Süss & Moreschi (2003a), von Tschirnhaus (1969b, 1982a, 1999a), Ureche (2010a), Vála & Rohacek (1983a), Zlobin (1986b).

Laatste bewerking 25.vii.2022