Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Chromatomyia saxifragae

Chromatomyia saxifragae (Hering, 1924)

Diptera, Agromyzidae

mijn

Brede, kronkelige gangmijn, meestal bovenzijdig. De gang kan enkele malen door het blad lopen, zichzelf overkruisen, en een secundaire blaas vormen. Frasskorrels in groepjes aan weerszijden van de gang. Verpopping meestal binnen mijn; in dat geval steken de voorspiracula door de epidermis naar buiten.

waardplanten

Saxifragaceae, monofaag

Saxifraga rotundifolia.

fenologie

Larven in mei en juli (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk; Roemenië en Bulgarijë (Fauna Europaea, 2009).

larve

Beschreven door de Meijere (1926a, 1938a, 1941a) en Griffiths (1972a). Mandibels met twee tanden, alternerend. Zowel voor- als achterspiraculum tweearmig, met respectievelijk ca. 26 papillen en 22 papillen.

De beschrijving van de larve door Beri (1971e) is gebaseerd op materiaal van een plant van een totaal andere familie (Acanthaceae) en heeft zeker niets met saxifragae te maken.

puparium

Bruingeel.

synoniemen

Phytomyza saxifragae.

opmerkingen

Gebergtesoort.

literatuur

Beiger (1979a), Beri (1971e), Buhr (1941b), Černý & Merz (2007a), Griffiths (1972a), Hering (1924a,b, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1926a, 1938a, 1941a), Sasakawa (1961a), von Tschirnhaus (1999a).

29.vi.2009

Laatste bewerking 28.vi.2017