Chromatomyia scolopendri (Robineau-Desvoidy, 1851)

Chromatomyia scolopendri: mines on Asplenium ruta-muraria

Asplenium ruta-muraria, België, prov. Namen, Couvin, lieu-dit “Roche Albéric”, 24.vi.2018 © Stéphane Claerebout

Chromatomyia scolopendri: mine on Asplenium ruta-muraria

detail

Chromatomyia scolopendri: mine on Asplenium ruta-muraria

mijn in doorzicht

Chromatomyia scolopendri: mine with puparium on Asplenium ruta-muraria

voltooide mijn met pupatium

Chromatomyia scolopendri: mine on Asplenium ruta-muraria

Asplenium ruta-muraria, Duitsland (Schwarzwald), Baden-Weiler

Chromatomyia scolopendri: nine on Asplenium scolopendrium

Asplenium scolopendrium, België, omg. Dinant © Paul Fontaines

Chromatomyia scolopendri: nine on Asplenium scolopendrium

idem

Chromatomyia scolopendri mine on Polypodium vulgare

Polypodium vulgare, België, prov. Namen, Hastière © Jean-Yves Baugnée

_3032_0

Polypodium vulgare, België, prov. Henegouwen, Tournai, RN de la Carrière de l’Orient © Stéphane Claerebout

mijn

Gang, met de frass in een bijna ononderbroken lijn langs de zijde. In kleine bladeren loopt de gang vaak langs de rand, maar wanneer de mijn de ruimte heeft, zoals bij tongvaren, is een een flauw gebogen gang, niet zelden een eindweegs over de hoofdnerf. In het algemeen blijft het puparium in de mijn; de voorspiracula steken dan door de epidermis naar buiten.

waardplanten

Aspleniaceae, Polypodiaceae, oligofaag

Asplenium ceterach, ruta-muraria, scolopendrium, septentrionale; Polypodium vulgare.

fenologie

Larven zijn gevonden van juni tot october.

BENELUX

BE waargenomen (Collart, 1953a).

NE waargenomen (Kabos, 1971a).

LUX waargenomen (Ellis: Ahn, Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Van Denemarken tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Ierland tot Polen; ook in Thracië (Fauna Europaea, 2007).

larve

Beschreven door Dempewolf (2001a).

synoniemen

Phytomyza scolopendri; Ph. elegans Goureau, 1951; Ph. nevadensis Strobl, 1900.

opmerkingen

Zoals de foto’s laten zien kunnen de mijnen sterk verschillen. Als vliegen uitgekweekt worden vertonen ze echter geen enkel verschil (Hering, 1924a).

literatuur

Ahr (1966a), Beiger (1960a, 1965a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Collart (1953a), Dempewolf (2001a), Dreger & Myssura (2005a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1924a, 1925a, 1926b, 1936b, 1955b), Huber (1969a), Kabos (1971a), Maček (1999a), Nowakowski (1954a), Robbins (1991a, 2008a), Sønderup (1949a), Spencer (1959a, 1966a, 1972a, 1976a, 1990a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1992a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a).

mod 25.vi.2018