Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Chromatomyia vernalis

Chromatomyia vernalis (Groschke, 1957)

Diptera, Agromyzidae

mijn

De larve maakt verscheidene mijnen, van het ene blad naar het ander verhuizend via het hart van het bladrozet. Het begin is een nauwe, onvertakte, gang waarin de frass als fijne korrels ligt aan weerszijden van een groene middenband. Naderhand verbreedt de mijn zich tot een grote blaas waarin de frass in duidelijke draadstukjes ligt. Verpooping buiten de mijn (ongewoon voor een Chromatomyia).

waardplanten

Gentianaceae, monofaag

Gentiana verna.

Door Maček (1999a) ook gemeld van G. cruciata, lutea.

fenologie

Larven in mei en augustus (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Duitsland (Fauna Europaea, 2009); voorts Zwitserland, Slovenië en Bulgarijë (Černý & Merz, 2006a; Groschke, 1957a; Maček, 1999a).

larve

In het materiaal waaruit deze soort werd gekweekt bleken twee verschillende typen larven te leven; welke tot vernalis behoort is niet duidelijk. Beide typen zijn beschreven door Hering (1955a).

synoniemen

Phytomyza vernalis.

literatuur

Černý & Merz (2006a, 2007a), Groschke (1957a), Hering (1955a:280, 1957a), Maček (1999a), von Tschirnhaus (1999a).

08/12/2011

Laatste bewerking 28.vi.2017