Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Galiomyza violiphaga

Galiomyza violiphaga (Hendel, 1932)

Galiomyza violiphaga mine

Viola reichenbachiana, België, prov. Namen, Agimont; © Jean-Yves Baugnée

Galiomyza violiphaga mine

mijn in doorzicht


7444

Viola cf. riviniana, Duitsland (Baden-Württemberg), Baden-weiler

mijn

Grote, opvallende, bovenzijdige, wittige blaasmijn, met een korte, later vaak geheel overlopen begingang. Meeste frass in fijne korreltjes; een deel ligt in een brede baan in de mijn, die eindigt bij het punt waar de larve de mijn voor de verpopping verlaat. Dit laatste gebeurt via een boogsnede in de bovenepidermis. Niet zelden verscheidene larven in een mijn.

waardplanten

Violaceae, monofaag

Viola ambigua, biflora, mirabilis, reichenbachiana, riviniana, tricolor.

fenologie

Larven in juli-agustus (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (JY Baugnée, 2011).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot de Pyreneeën, en van Ierland tot Oostenrijk (Fauna Europaea, 2007); ook Turkijë (Hepdurgun e.a. (2007a).

larve

synoniemen

Liriomyza, Metopomyza violiphaga.

opmerkingen

Ook Beri (1971d) beschrijft een larve; die is echter afkomstig uit Origanum vulgare, zodat de determinatie wel zeker onjuist is.

literatuur

Beiger (1955a), Beri (1971d), Černý & Merz (2007a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Csóka (2003a), Griffiths (1963b), Hartig (1939a), Hepdurgun, Civelek, Turanli & Dursun (2007a), Hering (1955b, 1957a,b), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1937a), Papp & Černý (2018a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1954a, 1972a, 1976a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 7.iii.2018