Liriomyza-larven zijn vaak geel, hebben vaak achterspiracula met drie, relatief grote papillen, en hebben vaak de frass in sliertjes. De voorste tand van de mandibel is vaak aanzienlijk groter dan de proximale. Elk van deze kenmerken komt ook bij andere agromyziden-geslachten voor, maar in combinatie vormen ze toch een goede aanwijzing.

mod 6.viii.2017