Liriomyza cannabis Hendel, 1931

Liriomyza cannabis mine on Cannabis sativa

Cannabis sativa, België, prov Henegouwen, Rongy © Chris Snyers

Liriomyza cannabis mine

zelfde mijn, detail

mijn

Bovenzijdige gangmijn. Als de ruimte in het blad dit toelaat, is het eerste deel van de gang spiraalvormig opgewonden. (Daardoor doet de mijn denken aan de van L. eupatorii; daar is het spiraaltje echter groter.) Frass tenminste gedeeltelijk in sliertjes. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Cannabaceae, monofaag

Cannabis sativus.

fenologie

In 2 generaties (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (prov. Henegouwen, Chris Snyers).

NE waargenomen: door Kabos (1971a) en van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a) vermeld als Liriomyza eupatorii op Cannabis.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Slovenië, Servië en Thracië (Fauna Europaea, 2008); geïntroduceerd in Engeland (Collins ea, 2016a).

larve

Beschreven door de Meijere (1927a) en Sasakawa (1961a); achterspiracum met 3 papillen, waarvan de achterste haakvormig is verlengd.

literatuur

Beiger (1960a, 1970a, 1979a, 1989a), Beuk (2002a), Buhr (1932a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Collins, Gaunt, von Tschirnhaus & Pye (2016a), Drăghia 1968a, 1974a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1957a), Kabos (1971a), Maček (1999a), de Meijere (1937a), Pakalniškis (1982b), Papp & Černý (2018a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Sasakawa (1961a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1961a, 1976a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a).

mod 7.iii.2018