Liriomyza lutea (Meigen, 1830)

op Apiaceae

parasiet

De larve leeft solitair in een vrucht; verpopping extern.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Angelica sylvestris; Heracleum sphondylium; Laserpitium latifolium; Pastinaca sativa; Selinum carvifolia.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2018).

larve

Achterspiraculum half-cirkelvormig met aan de buitenrand 10-17 zwak gedifferentieerde papillen.

literatuur

Andersen (2016a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Černý & Merz (2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dempewolf, (2001a), Hering (1955b), de Meijere (1924a, 1939a), Papp & Černý (2018a), Spencer (1954a, 1959a, 1971a,b, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Stary (1930a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a, 2000a).

mod 22.iii.2018