Liriomyza pascuum (Meigen, 1838)

Liriomyza pascuum mine on Euphorbia amygdaloides

Euphorbia amygdaloides, Engeland, Savernake Forest; © Jojanneke Bijkerk

Liriomyza pascuum mine on Euphorbia amygdaloides

Euphorbia amygdaloides, Amstelveen, JP Thijssepark

Liriomyza pascuum: mine on Euphorbia sp.

Euphorbia spec., België, prov. Namen, Parc National de Furfooz © Stéphane Claerebout

mijn

Primiare bovenzijdige blaasmijn zonder spoor van een begingang, meestal met een aantal larven. De mijn bevat veel, groenige half-vloeibare, frass. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Euphorbiaceae, monofaag

Euphorbia amygdaloides. characias, dulcis, esula, nicaeensis subsp. glareosa, palustris, pithyusa.

fenologie

Larven van mei tot september (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (Kabos, 1971, als L. pusilla op Euphorbia).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Van Engeland en Polen tot het Iberisch Schiereiland; voorts Roemenië en Corsica (Fauna Europaea, 2008); ook Bulgarijë (Buhr (1941b), Slovenië (Maček, 1999a) en Turkije (Civelek, 2004a).

larve

synoniemen

Liriomyza pusilla: Kabos, 1971; van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a).

literatuur

Beiger (1970a, 1979a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1941a), Civelek (2004a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Drăghia (1970a, 1974a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Hering (1932g, 1936b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Maček (1999a), Martinez & Sobhian (2000a), de Meijere (1938a), Papp & Černý (2018a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1972a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a).

mod 20.xii.2018