Liriomyza pereziae Hering, 1963

Diptera, Agromyzidae

mijn

Vertakte gangmijn; de hoofdas ligt bovenop de hoofdnerf, zijgangen lopen het blad in; de mijn lijkt op die van L. strigata, maar de zijtakken zijn minder talrijk, en minder op de zijnerven georienteerd. Frass in sliertjes.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Perezia.

fenologie

Larven waargenomen in de eerste helft van october.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Duitsland (Fauna Europaea, 2010).

larve

Mandibels alternerend, met twee vrij lange tanden; achterspiraculum met 8 papillen.

puparium

Zwartbruin (maar vrijwel alle puparia waren geparasiteerd!)

opmerkingen

De soort is aangetroffen in twee botanische tuinen in Duitsland; Perezia is een Zuid-Amerikaans plantengeslacht.

literatuur

Hering (1963a).

09/08/2010

mod 18.vii.2017