Liriomyza pisivora Hering, 1954

Liriomyza pisivora: mine on Pisum sativum

Pisum sativum, Engeland, Norfolk, Downham Market © Rob Edmunds

Liriomyza pisivora: mine on Pisum sativum

zelfde blad, onderzijde

14944_2

Lathyrus sylvestris, Pietersberg

14944_1

detail

16105_01

Lathyrus sylvestris; België, Viroinval: frasspatroon

mijn

Lange wittige gangmijn, die bijna altijd onderzijdig begint, een meestal grotendeels of zelfs geheel onderzijdig verder gaat; het eerste deel van de gang is meestal opvallend recht. Door de overlap tussen onder- en bovenzijdige gangen ontstaat in doorzicht een vlekkerig patroon. Het allerlaatste deel is gewoonlijk bovenzijdig. Gang volgt vaak een zware nerf. Frass in alternerende draadstukjes. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Lathyrus latifolius, niger, odoratus, pratensis, sylvestris; Pisum sativum; Vicia cracca.

Geen schade van enige betekenis (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Spencer, 1973b).

fenologie

Larven in de zomer (Robbins, 1991a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis: Viroinval).

NE waargenomen (de Meijere, 1925a).

LUX waargenomen (Ellis: Ahn).

verspreiding binnen Europa

Van Litouwen tot de Pyreneeën, en van Engeland tot Tsjechië; ook Corsica (Fauna Europaea, 2008).

larve

synoniemen

Liriomyza pusio: de Meijere (1925); L. bulbipalpis von Tschirnhaus 1992.

opmerkingen

Mijnen ook in de vleugels van bladsteel en stengel; de mijnen zijn daar soms tot 8 cm lang, en nauwelijks te onderscheiden van die van Liriomyza strigata, die ook wel in de bladvleugels mineert (Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė, 2003a).

literatuur

Beiger (1970a, 1989a), Bland (2001a), Buhr (1964a), Černý & Merz (2006a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Henshaw & Howse (1989a), Hering (1954a, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1925a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1998a), Papp & Černý (2018a), Robbins (1991a), Spencer (1959a, 1972a, 1973b), von Tschirnhaus (1999a).

mod 8.iii.2018