Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Liriomyza strigata

Liriomyza strigata (Meigen, 1830)

veermineervlieg

op kruiden

Liriiomyza strigata: mine on Prenanthes purpurea

Prenanthes purpurea, Duitsland, Schwarzwald, Triberg, 850 m, 23.vii.2018 © Cor Zonneveld

Liriomyza strigata: mine on Galeopsis

Galeopsis sp., Duin en Kruidberg

Liriomyza strigata: mine on Galeopsis

detail

Liriomyza strigata: mine on Galeopsis

Galeopsis bifida, Arnhem: blad-onderzijde met beginmijn

Liriomyza strigata: mine on Eupatorium cannabinum

Eupatorium cannabinum, België, prov. Oost-Vlaanderen, Oudenaarde, bos t’Ename © Carina Van Steenwinkel

Liriomyza strigata: mine on Eupatorium cannabinum

in doorzicht

Liriomyza strigata: mine on Eupatorium cannabinum

hier nauwelijks zijgangen

_3299_4

in doorzicht

Liriomyza strigata: mine on Campanula

Campanula trachelium, Amstelveen, JP Thijssepark

mijn

Vertakte wittige, bovenzijdige gangmijn; de hoofdgang ligt bovenop de hoofdnerf; ervanuit gaan min of meer lange zijgangen, die gewoonlijk elk bovenop een sterke zijnerf liggen, en dus naar voren gericht zijn. (Op Campanula en Phyteuma is de mijn opvallend weinig vertakt, en bestaat soms zelfs uitsluitend over een gang boven de hoofdnerf.) De frass bestaat uit vrij lange slierten. Het begin van de mijn bestaat gewoonlijk uit een lange onregelmatig verlopende nauwe onderzijdige gang, die geen associatie met een nerf vertoont, en eindigt ergens op de hoofdnerf. Vaak is deze begingang opgevuld met callus, en daardoor extra onopvallend. De larve verpopt buiten de mijn.

waardplanten

Breed polyfaag op dicotylen; onder meer:

Achillea alpina, biserrata, millefolium, ptarmica; Ageratum; Ajuga genevensis, reptans; Alliaria; Alcea rosea; Alyssum montanum; Amaranthus; Ambrosia; Ammi; Anaphalis; Anthemis; Anthyllis; Antirrhinum majus; Apium; Aposeris foetida; Arabidopsis; Arctium lappa, minus; Artemisia absinthium, dracunculus, vulgaris; Aster amellus; Asteriscus; Atriplex hortensis; Atropa bella-donna; Aurinia saxatilis; Ballota nigra; Bellis perennis; Berteroa incan; Beta; Bidens tripartus; Brassica napus, rapa; Bryonia alba, dioica; Bunias orientalis; Buphthalmum; Calendula officinalis; Callistephus chinensis; Campanula alliariifolia, barbata, glomerata, lactiflora, morettiana, punctata, rapunculoides, rapunculus, rotundifolia, trachelium; Canarina canariensis; Cannabis sativa; Capsella; Cardamine; Cardaria; Carduus acanthoides, crispus, nutans; Carthamus; Centaurea benedicta, jacea, nigra, phrygia & subsp. pseudophrygia, scabiosa, stoebe; Centranthus calcitrapae, ruber; Cephalaria; Cichorium endivia, intybus; Cirsium arvense, acaulon, oleraceum, palustre, vulgare; Cleome spinosa; Cochlearia; Conringia; Coreopsis; Coriandrum sativum; Crambe; Crepis biennis, capillaris, conyzifolia, paludosa, praemorsa, tectorum; Cucumis sativus; Cucurbita; Cynara cardunculus, scolymus; Dahlia pinnata; Diplotaxis; Doronicum pardalianches, plantagineum; Dracophalum; Ecballium elaterium; Epilobium; Erechtites; Erigeron canadensis, speciosus; Eruca; Eryngium; Erysimum cheiri; Euonymus europaeus; Eupatorium cannabinum; Euphorbia; Filago; Gaillardia aristata, pulchella; Galega; Galeopsis ladanum, pubescens, tetrahit; Galinsoga parviflora; Geranium pusillum; Gerbera; Glaucium; Glechoma hederacea; Gnaphalium; Helenium autumnale; Helianthus annuus; Heliotropium europaeum; Heracleum; Hesperis matronalis; Hibiscus trionum; Hieracium lachenalii subsp. cruentifolium. laevigatum, murorum, umbellatum; Hirschfeldia incana; Hydrocotyle vulgaris; Hymenocarpos circinnatus; Hyoscyamus albus, niger; Hypochaeris radicata; Iberis; Inula; Isatis tinctoria; Jacobaea alpina, erucifolia, vulgaris; Jasione; Jurinea; Kickxia spuria; Kitaibela; Knautia arvensis, sylvatica; Lactuca muralis, serriola, virosa; Lagenaria siceraria; Lallemantia iberica; Lamium album, amplexicaule, galeobdolon, maculatum, purpureum; Lapsana communis; Lathyrus tingitanus; Leontodon hispidus; Leontopodium; Leonurus cardiaca; Leucanthemum maximum, vulgare; Linaria; Linum usitatissimum; Lobelia urens; Luffa; Lupinus angustifolius subsp. reticulatus, polyphyllus, succulentus; Malcolmia maritima; Malva sylvestris, thuringiaca; Matthiola odoratissima; Matricaria; Meconopsis; Medicago; Melilotus; Mercurialis; Mimulus; Misopates orontium; Molucella; Moricandia; Myagrum; Nasturtium officinale; Nemesia versicolor; Nepeta cataria; Nicotiana tabacum; Omphalodes linifolia; Ononis; Onopordum acanthium; Papaver bracteatum, fugax, nudicaule, orientale, rupifragum, somniferum; Peltaria; Pericallis cruenta; Petunia x hybrida; Phaseolus; Phlox paniculata; Phyteuma spicatum; Picris hieracioides; Pilosella aurantiaca, cymosa, officinarum; Pisum sativum; Plantago major; Polemonium caeruleum; Prenanthes purpurea; Primula obconica; Raphanus sativus; Reichardia picroides; Reseda; Ricinus; Rorippa amphibia, palustris, sylvestris; Rudbeckia hirta, laciniata; Salvia glutinosa; Saponaria; Scabiosa; Scorzoneroides autumnalis; Scrophularia; Scutellaria galericulata; Securigera varia; Sedum; Senecio nemorensis, ovatus, sarracenicus, vulgaris; Silene chalcedonica, flos-cuculi, uniflora; Silphium; Sinapis alba; Sisymbrium officinale; Solanum dulcamara; Solidago gigantea; Sonchus arvensis, asper, oleraceus; Spergularia; Stachys; Stellaria; Succisa;; Symphyotrichum novae-angliae, novi-belgii, Tagetes erecta, patula; Tanacetum corymbosum, parthenium, vulgare; Taraxacum officinale; Teucrium; Thlaspi; Thunbergia; Tragopogon; Trigonella; Tropaeolum majus, minus; Tussilago farfara; Vaccaria hispanica; Valeriana officinalis, tripteris; Valerianella; Verbascum; Verbena officinalis; Veronica hederifolia; Vicia; Viola alpina, tricolor; Xanthium strumarium; Xeranthemum; Xerochrysum bracteatum; Zinnia elegans.

Galeopsis is misschien de belangrijkste waardplant. Een vermelding door Stammer van Quercus rubra heeft betrekking op Ectoedemia albifasciella.

fenologie

Mijnen gevonden van juni tot october.

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX waargenomen (Ellis, verscheidene vindplaatsen).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa (Fauna Europaea, 2008).

larve

synoniemen

Liriomyza pumila (Meigen, 1830); L. violae (Curtis, 1844); L. galeopsios (Hardy, 1853).

parasitoïden, predatoren

Pediobius metallicus.

opmerkingen

Mijnen van deze soort bij Asteraceae kunnen gemakkelijk verward worden met die van Ophiomyia-soorten. Dergelijke mijnen bevatten in de gangen weinig of geen frass, en larve en puparium zijn meestal te vinden in de uiterste basis van de holle hoofdnerf.

Ook Beri (1971d) beeldt de larve af, van Pisum sativum; de erbij afgebeelde mijn lijkt echter niet op die van L. strigata.

literatuur

Ahr (1966a), Andersen (2016a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a, 1989a), Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a), Beri (1971d), Beuk (2002), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1953a, 1964a), Černý (2001a, 2011a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Chałańska, Łabanowski & Soika (2006a), Çikman, Beyarslan & Civelek (2006a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Collins (0000a), Csóka (2003a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Dempewolf (2001a, 2004a), Drăghia (1967a, 1968a, 1970a, 1972a, 1974a), Edmunds (2008b), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Gil Ortiz (2009a), Griffiths (1962a), Guglya (2021a), Hering (1930b,d, 1931-32f, 1932e,g, 1936b, 1955b, 1957a, 1963a, 1967a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Niblett (1956a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a, 2005a), Pakalniškis (1998c), Papp & Černý (2018a), Pârvu (2005a), Pakalniškis (199a, 1998a,c), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a, 1968a), Robbins (1991a), Šefrová (2015a), Seidel (1957a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1971a, 1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Starý (1930a), Stolnicu (2007a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a, 2000a), Ureche (2010a), Utech (1962a), Zlobin (1986b), Zoerner (1969a, 1970a, 1971b).

Laatste bewerking 18.v.2022