Liriomyza thalictri Hering, 1932

mijn

Lange (> 7 cm), geheel bovenzijdige gangmijn. De gang is sterk gekronkeld, en vormt plaatselijk mogelijk een secundaire blaas. Frass in sliertjes. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Ranunculaceae, monofaag

Thalictrum aquilegiifolium, flavum, minus.

fenologie

Larven in juni-juli (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Duitsland (Fauna Europaea, 2008).

literatuur

Hering (1932h, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), Papp & Černý (2018a), Sønderup (1949a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

mod 8.iii.2018