Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Metopomyza flavonotata

Metopomyza flavonotata (Haliday, 1833)

mijn

Mijn een kort, afdalend gangetje in een bladschede (Pakalnsikis, 1998b). Frass weinig talrijk, in losse, zwarte korreltjes. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Alopecurus pratensis Deschampsia cespitosa; Holcus mollis.

Hering (1957a) brengt de soort (als flavoscutellaris) ook in verband met Carex; waarschijnlijk is dat niet terecht.

Hoewel tot voor kort in de literatuur gezegd werd dat de waardplant onbekend is, schrijft de Meijere (1941a) expliciet dat hij de soort kweekte uit Holcus te Bloemendaal.

fenologie

Larven in juni-juli.

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1995a).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, mogelijk exclusief het Balkanschiereiland (Fauna Europaea, 2008).

larve

puparium

Bruingeel.

synoniemen

Liriomyza flavonotata; Metopomyza flavoscutellaris (Zetterstedt, 1838).

literatuur

Andersen (2012a), Beuk (2002a), Černý (2001a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1996a, 1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Hering (1957a), de Meijere (1939a, 1941a), Pakalniškis (1990a, 1998a,b), Papp & Černý (2018a), Sasakawa (1961a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1995a, 1996a), Spencer (1954a, 1972a,b, 1976a), Starý (1930a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a), Zlobin (1986b).

Laatste bewerking 9.iii.2018