Metopomyza scutellata (Fallén, 1823)

mijn

Bovenzijdige gangmijn, lopend in de richting van de bladbasis, gewoonlijk langs de hoofdnerf. Frass in een dubbele rij korrels. Verpopping buiten de mijn (Robbins, 1991a).

waardplanten

Cyperaceae, monofaag

Carex.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot de Pyreneeën, Alpen en Servië, en van Engeland tot Wit-Rusland (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen

Metopomyza flavoscutellaris: Hering, 1957a?

literatuur

Andersen (2012a), Černý (2001a, 2004a, 2007a, 2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1996a, 1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Gil Ortiz (2009a), Pakalniškis (1986a, 1990a), Papp & Černý (2018a), Robbins (1991a), Spencer (1972a, 1976a), von Tschirnhaus (1999a, 2000a).

mod 15.xii.2018