Nemorimyza posticata (Meigen, 1830)

Nemorimyza posticata: mine on Solidago gigantea

Solidago gigantea, Hongarije, Mosonmagyaróvár, 21.vi.2019 © László Érsek

Nemorimyza posticata: mine on Solidago gigantea

zelfde mijn, doorvallend licht

Nemorimyza posticata: larva

larve

Nemorimyza posticata: mine on Solidago gigantea

Solidago gigantea, Nieuwendam

Nemorimyza posticata, oviposition

detail: ovipositie-litteken

Nemorimyza posticata: mine on Solidago virgaurea

Solidago virgaurea, België, prov. Namen, Jemelle © Jean-Yves Baugnée

Nemorimyza posticata:  oviposition site

detail: ovipositie-litteken en prikjes

mijn

Grote, bruine, bovenzijdige blaasmijn, met opvallende primaire en secundaire vraatlijnen. De vraatlijnen zijn extra opvallend doordat de half-vloeibare frass zich er aan hecht. De larve verlaat de mijn voor de verpopping via een boogvormige snede in de bovenepidermis.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Aster amellus; Bellidiastrum michelii; Buphthalmum salicifolium; Solidago canadensis, gigantea, virgaurea.

fenologie

Larven in juni-augustus en september-october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis: Torgny, Montauban).

NE waargenomen (de Meijere, 1934a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach, Dudelange).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Ierland tot Wit-Rusland en Hongarije (Fauna Europaea, 2008).

larve

synoniemen

Dizygomyza posticata; Agromyza terminalis Coquillett, 1985; A. taeniola Coquillett, 1904; A. argenteolunulata Strobl, 1909.

opmerkingen

Het begin van de mijn is zeer constant, en lijkt uniek voor deze soort te zijn. Het ei wordt afgezet vlakbij de bladrand (het lichtbruine ovipositie-litteken is duidelijk), en een klein stukje meer bladinwaarts bevinden zich een of twee gaatjes; het doet sterk denken aan de “test-prikjes” van Antispila metallella.

literatuur

Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Dempewolf (2001a), Eiseman & Lonsdale (2018a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hartig (1939a), Hering (1923a, 1926b, 1936b, 1955b, 1957a, 1961a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1925a, 1934a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Michna (1975a), Niblett (1956a), Nowakowski (1954a), Pakalniškis (1982b, 1998a), Papp & Černý (2016a), Robbins (1991), Sasakawa (1961a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), Süss & Moreschi (2003a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a).

mod 12.ii.2020