Phytoliriomyza melampyga (Loew, 1869)

7123

Impatiens parviflora, Ommen

7478

Impatiens noli-tangere, Duitsland (Baden-Württemberg), Baden-Weiler

7541

Impatiens glandulifera, Duitsland (Baden-Württemberg), Baden-Weiler

mijn

Lange ordeloze gangmijn die zich onregelmatig verbreedt. Frass in brokjes, slierten of draadstukjes. De larve verlaat de mijn voor de verpopping.

waardplanten

Balsaminaceae, monofaag

Impatiens capensis, glandulifera, noli-tangere, parviflora, scabrida.

Zeer gewoon, vooral op I. glandulifera en parviflora, twee nieuwkomers in onze flora.

fenologie

Mijnen gevonden van juni-september.

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach, Hobscheid).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot de Pyreneeën en Slowakije, en van Ierland tot Polen; ook Roemenië (Fauna Europaea, 2008).

larve

synoniemen

Agromyza impatientis Brischke, 1880; A. flaviventris Johnson, 1902.

literatuur

Beiger (1960a, 1965a), Beri (1971d), Beuk (2002a), Bland (2001a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2001a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1996a, 1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Csóka (2003a), Dempewolf (2001a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hering (1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), McCulloch (2019a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1982b), Papp & Černý (2018a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a).

mod 6.iv.2019