Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza albiceps

Phytomyza albiceps Meigen, 1830

mijn

Zeer lange, wittige, later bruine bovenzijdige gangmijn die zichzelf regelmatig oversnijdt, en vaak in de buurt van de bladtop begint. Frass in opermerkelijk grote zwarte klonten, die verder uiteenliggen dan hun diameter bedraagt. De larve verlaat de mijn voor de verpopping door een boogvormige snede in de bovenepidermis.

waardplanten

Asteraceae, nauw monofaag

Cirsium arvense, helenioides.

het mogelijk voorkomen op Cirsium oleraceum dient nader te worden onderzocht.

fenologie

Larven in juli, slechts één generatie (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en Finland tot het Iberisch Schiereiland, de Alpen en Karpathen, en van Engeland tot Polen en Roemenië (Fauna Europaea, 2008).

larve

Er bestaat een beschrijving van de larve (Kuroda, 1960a), maar de larve is afkomstig van Artemisia en behoort waarschijnlijk tot Phytomyza artemisivora.

synoniemen

Phytomyza flavoantennata Strobl, 1898; Ph. rydeniana Hering, 1949.

parasitoïden, predatoren

Sphegigaster stepicola.

opmerkingen

In de meeste literatuur wordt tot heel recent albiceps verkeerd geïnterpreteerd, namelijk als wat nu Phytomyza artemisivora Spencer, 1971 heet. Door Kabos (1971a) en van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a) wordt voor albiceps een lange lijst waardplanten opgesomd, uit de Asteraceae, Amaranthaceae en Lamiaceae; hier zijn duidelijk nog verschillende andere soorten in het spel.

literatuur

Beiger (1960a, 1965a), Bouček (1965a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1941b, 1964a), Černý (2011a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Vála (1999a), Drahia (1967a, 1971a), Dreger & Myssura (2005a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Haase, (1942a), Hartig (1939a), Hering (1926b, 1934g, 1949c, 1955b, 1957a, 1967a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kuroda (1960a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1926a), Nowakowski (1954a), Papp (2009a), Pârvu (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1956a, 1971b, 1972a, 1976a), Starke (1942a), von Tschirnhaus (1999a), van der Wulp (1871a), Zlobin (1986b), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 7.v.2022