Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza albimargo

Phytomyza albimargo Hering, 1925

mijn

Fijn gangetje niet ver van de top van een bladslip, meestal dichtbij de bladrand, dat zich plotseling sterk naar beneden verbreedt tot een grote, wittige, bovenzijdige primaire blaas. Frass verspreid. Verpopping soms binnen, soms buiten de mijn.

waardplanten

Ranunculaceae, oligofaag

Anemone nemorosa.

fenologie

Larven in eind mei (Hering, 1955b).

BENELUX

Niet bekend van de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Zweden, Duitsland, Polen, Tsjechië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Phytomyza albimargo: post. spiraculum

achterspiraculum (uit Nowakowski, 1962b)

puparium

Zwart.

literatuur

Ahr (1966a), Buhr (1932a), Hering (1925b, 1955b, 1957a), Nowakowski (1962b), Pakalniškis (2004a), Skala (1936a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1976a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 9.i.2019