Phytomyza angelicivora Hering, 1924

mijn

Slordige, onregelmatig uitgevreten gangmijn. De mijn begint als een lastig zichtbaar onderzijdig epidermaal gangetje; verderop is de mijn een korte, brede bovenzijdige gang langs de bladrand. Frass deels in parelsnoertjes. Mijn in de pas ontvouwde bladeren (Hering, 1957a). Hering (1924b) beeldt de mijn af.

waardplanten

Apiaceae, nauw monofaag

Angelica palustris.

Hoewel Hering (1924b) in de oorspronkelijke beschrijving meldt dat hij de soort kweekte uit A. sylvestris en onder meer de botanicus Buhr deze soort als (enige) waardplant noemt (1932a), schrijft Hering later (1955b, 1957a) dat de enige waardplant A. palustris is. Dit wordt bevestigd door Griffiths (1973c).

fenologie

Larven in mei-juni (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

met zekerheid alleen bekend uit Duitsland (Fauna Europaea, 2008).

larve

Beschreven door de Meijere (1938a:94-95, als Phytomyza sp.). Mogelijk heeft ook de beschrijving van “angelivora” door de Meijere (1926a:244-245) inderdaad betrekking op deze soort.

opmerkingen

In 1926 bericht de Meijere (1926a) van een kweek van Phytomyza obscurella uit Angelica sylvestris. Later (1937a) herziet hij de determinatie, en vermoedt dat het om Ph. angelicivora gaat. Nu het duidelijk lijkt te worden dat de enige waardplant van deze soort A. palustris is, een Centraal-Europese soort die niet verder westwaarts voorkomt dan Midden-Duitsland moet worden aangenomen dat de Meijere’s vermoeden onjuist was. Blijkens de afbeelding van het achterspiraculum heeft De Meijere P angelicastri of P. archangelicae voor zich gehad. Vooralsnog is er geen reden om angelicivora op de Nederlandse lijst te handhaven.

literatuur

Beri (1971e), Beuk (2002a), Buhr (1932a), Černý & Bächli (2018a), Griffiths (1973c), Hering (1924b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1926a, 1937a, 1938a, 1939a), Nowakowski (1954a), Sønderup (1949a), Starke (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a).

mod 17.iii.2019