Phytomyza araciocecis Hering, 1958

Diptera, Agromyzidae

mijn

Larven maken een gang in de hoofdnerf van de grondbladeren. Als gevolg van de aantasting is de nerf galachtig opgezwollen. Verpopping binnen de ‘mijn’.

waardplanten

Asteraceae, nauw monofaag

Crepis paludosa.

fenologie

Gallen zijn gevonden in het voorjaar, maar treden vermoedelijk ook later in de zomer nog op (Hering, 1958c).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Duitsland en Polen (Fauna Europaea, 2008).

larve

Beschreven door Hering (1958c).

synoniemen

In het onderschrift van de figuur bij Hering’s beschrijving wordt de soortsnaam gespeld als araciocesis. Dit is een evidente drukfout, omdat de soort wordt gecontrasteerd met Ph. crepidocecis; het achtervoegsel –cecis duidt op de gal die door de larve wordt ge├»nduceerd. Niettemin wordt de spelling araciocesis gehanteerd door de Fauna Europaea (2008).

literatuur

Buhr (1964a), Hering (1958c), von Tschirnhaus (1999a).

03/04/2014

mod 28.vi.2017