Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza aurei

Phytomyza aurei Hering, 1931

mijn

Gangmijn; volgens Hering (1931f, 1957a) vormt deze een secundaire blaas, maar Spencer (1971b) vermoedt dat dit een mijn van Ph. chaerophylli betrof.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Chaerophyllum aromaticum, aureum, hirsutum; Conium maculatum.

fenologie

Larven in juni-juli (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Litauen tot Zwitserland en van Duitsland tot Slowakije (Fauna Europaea, 2009).

opmerkingen

Omdat larve en puparium onbekend zijn, en de mijn waarschijnlijk identiek is aan die van Ph. chaerophylli (Spencer, 1971b) is deze soort vooralsnog alleen middels uitkweken te determineren.

literatuur

Beiger (1979b), Černý (2001a), Černý & Merz (2007a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Guglya (2021a), Hering (1931f, 1957a), Huber (1969a), Pakalniškis (1982b), Spencer (1971b), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 7.x.2021