Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza bipunctata

Phytomyza bipunctata Loew, 1858

_0044_2

Echinops sphaerocephalus; leg Martin Albertini © Rob Edmunds

_0044_3

soms is de frasslijn zeer dun

mijn

Lange dunne gangmijn, grotendeels bovenzijdig maar met onderzijdige gedeelten. De mijn volgt over grote stukken een zware nerf. Frass in opmerkelijk lange draden, alternerend langs de gangwand. Soms zijn de frassdraden heel grof en dik, andere keren draaddun. Voor de verpopping verlaat de larve de mijn via een boogvormige snede in de bovenepidermis. Bij uitzondering vindt wel eens een verpopping plaats binnen de mijn, maar dan is deze boogsnede toch al gemaakt (bovendien steken de voorspiracula niet door de epidermis naar buiten).

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Echinops ritro, sphaerocephalus.

fenologie

Larven in juni-juli (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs ea, 1994a).

NE waargenomen (Arnhem, leg BJ de Vries, det Ellis).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden tot België, Italië en Hongarije, en van Engeland tot Litouwen en Polen; ook Thracië (Fauna Europaea, 2008).

larve

de Meijere (1934a, als echinopis).

puparium

de Meijere (1934a, als echinopis).

synoniemen

Phytomyza echinopis Hering, 1932.

literatuur

Ahr (1966a), Beiger (1989a), Buhr (1941b, 1964a), Černý & Merz (2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), Chałańska, Łabanowski & Soika (2006a), Hering (1931f, 1957a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), de Meijere (1934a), Pakalniškis (1990a), Scheirs ao (1994a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Surányi (1942a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 1.i.2019