Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza campanulae

Phytomyza campanulae Hendel, 1920

Diptera, Agromyzidae

mijn

Onregelmatige, brede, ondiepe, bovenzijdige gang, die vaak een secundaire blaas vormt. Frass in verspreide zwarte korrels. Larve solitair. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Campanulaceae, oligofaag

Asyneuma canescens; Campanula barbata, cochleariifolia, glomerata, persicifolia, rapunculoides, rotundifolia, trachelium; Phyteuma orbiculare, spicatum.

fenologie

Larven in juli-augustus (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden en Finland tot Italië; ook Engeland (Fauna Europaea, 2009).

larve

Achterspiraculum twee-hoornig, met ca. 20 papillen (de Meijere, 1937a).

pop

Zwartbruin, ovaal, naar achteren ietwat versmald; achterspiracula ver uiteenstaand op korte sokkels.

literatuur

Ahr (1966a), Beiger (1978a, 1979a), Bland (1994c), Buhr (1932a, 1941b), Černý & Merz (2005a, 2007a), Dreger & Myssura (2005a), Haase (1942a), Hering (1925a, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1937a), Robbins (1991a), Seidel (1957a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1954a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Süss & Moreschi (2003a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

22/10/2014

Laatste bewerking 28.vi.2017