Phytomyza cineracea Hendel, 1920

op Ranunculus

parasiet

De larve leeft als boorder in het stengel-merg.

waardplanten

Ranunculaceae, monofaag

Ranunculus aconitifolius, acris, breyninus, lanuginosus, polyanthemos subsp. nemorosus, repens.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2018).

puparium

Beschreven door de Meijere (1928a). Achterspiraculum met ± 20 papillen.

synoniemen

De soort is nauw verwant, volgens Spencer conspecifiek, met Phytomyza nigritula.
Volgens Černý ea (2018a) is de biologie van deze soort onbekend!

literatuur

Buhr (1964a), Černý (2013a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), de Meijere (1928a, 1939a), Sasakawa (1961a), Spencer (1954a, 1976a, 1990a), von Tschirnhaus (1999a).

mod 15.xii.2018