Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza clematidis

Phytomyza clematidis Kaltenbach, 1859

mijn

Kort small gangetje, dat eindigt op de hoofdnerf; vervolgens leeft de larve als boorder. Puparium in de mijn, eventueel in de bladsteel (Pakalniškis, 1995a, 2004a).

waardplanten

Ranunculaceae, oligofaag

Clematis cirrhosa, vitalba; Ranunculus acris, auricomus, lanuginosus, lingua.

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (Burger e.a., 1985a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Engeland en Duitsland tot Spanje en Italië; ook Litouwen, Hongarije en Thracië (Fauna Europaea, 2008) en Turkijë (Civelek, Deeming & Önder, 2000a).

puparium

Bruinig, achterspiraculum met 10 papillen (Pakalniškis, 1995a).

synoniemen

Phytomyza mallorcensis Spencer, 1969.

opmerkingen

De Meijere (1926a, 1928a) beschrijft in puparium van Ph. thalictri Escher-Künding, 1912, afkomstig uit de bloemen van Thalictrum. Later (1937a, 1950a) verwijst hij naar dit materiaal als Ph. clematidis. Waarschijnlijk is dit niet juist, maar de relatie tussen clematidis, thalictri en een derde soort, Ph. krygeri Hering, 1949 is niet werkelijk duidelijk.

literatuur

Beuk (2002a), Burger ao (1985a), Černý (2007a, 2011a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (2006a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Civelek, Deeming & Önder (2000a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1995a, 2004a), Spencer (1969a, 1972a, 1973c), Süss & Moreschi (2003a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 15.xii.2018