Phytomyza dalmatiensis (Spencer, 1961)

op Clematis

mijn

De mijn begint met een onderzijdig, min of meer kronkelend, epidermaal, zilverig gangetje met een fijne zwarte frasslijn. Dan volgt een bovenzijdige, ondiepe, weinig gekronkelde gang die, zeker in grote bladen, over flinke afstanden de bladrand volgt. Gangwanden vrij strak. Frass in lange slierten, vaak over lange afstanden aan één zijde van de gang. Verpopping buiten de mijn, boogsnede nu eens boven-, dan weer onderzijdig.

waardplanten

Ranunculceae, nauw monofaag

Clematis flammula.

fenologie

Hering (1867a) vond verlaten mijnen in de tweede helft van mei.

verspreiding binnen Europa

Frankrijk, Dalmatië (Černý & Merz, 2007a; Fauna Europaea (2009).

synoniemen

Napomyza dalmatiensis.

literatuur

Černý (2011a), Černý & Merz (2007a), Hering (1967a), Spencer (1961a).

mod 27.iii.2018