Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza doronici

Phytomyza doronici Hendel, 1923

Diptera, Agromyzidae

18289_1

Doronicum pardalianches, Amstelveen, JP Thijssepark

18289_1

frasspatroon

mijn

Smalle, opvallend lange, gangmijn; het begingedeelte is vrij sterk vertakt; mijn bovenzijdig, soms deels onderzijdig. Frass variabel: losse korrels, roodbruine parelsnoertjes; soms is er een groene middenband. Gewoonlijk wordt het puparium buiten het blad gevormd; soms echter niet, maar dan bevindt zich vóór het puparium al een boogvormige snede bij wijze van uitgang (Hering, 1924a, 1957a). Boogsnede onderzijdig (altijd?)

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Doronicum austriacum, grandiflorum, orientale, pardalianches.

fenologie

Larven in juni-juli (Hering, 1957a); de in Nederland waargenomen, lege, mijnen dateren echter al van eind mei!

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (Ellis, Amstelveen; Leo Blommers, Rhenen, beide 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Duitsland, Polen, Spanje, Roemenië, Bulgarijë (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

larve

Achterspiraculum met ca 28 papillen (Starý, 1930a).

opmerkingen

Doronicum is populair in tuinen, en verwildert gemakkelijk, daarom is Ph. doronici een soort om naar uit te kijken.

literatuur

Beiger (1978a, 1979a), Buhr (1941b), Hering (1924a, 1926b, 1957a), Starý (1930a), Maček (1999a), Seidel (1957a), von Tschirnhaus (1999a).

25/11/2011

Laatste bewerking 28.vi.2017