Phytomyza elsae Hendel, 1927

op Bupleurum

Phytomyza elsae: mine on Bupleurum falcatum

Bupleurum falcatum, België, prov. Namen, Couvin, lieu-dit “Roche Albéric”, 24.vi.2018 © Stéphane Claerebout

Phytomyza elsae: mine on Bupleurum falcatum

detail

Phytomyza elsae: mine on Bupleurum falcatum

Bupleurum falcatum, België, Viroinval

Phytomyza elsae: mine on Bupleurum falcatum

detail

Phytomyza elsae: mine on Bupleurum falcatum

Bupleurum falcatum, België, prov Namen, Viroinval, Nismes © Stéphane Claerebout

mijn

Geheel bovenzijdige gang. De mijn ligt in slingers, en kan een secundaire blaasmijn worden. Frass in dikke brokjes. Als de mijn verregend raakt vervloeit de frass tot een groene zigzagband. Verpopping buiten de mijn; boogsnede in de bovenepidermis (Hering, 1963a). Bij veel mijnen ligt de boogsnede bijna parallel aan de lengteas van de mijn.

waardplanten

Apiaceae, monofaag

Bupleurum falcatum, longifolium.

fenologie

Larven in juli en september-october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis: Viroinval).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Duitsland, Polen, Tsjechië (Fauna Europaea, 2008); ook Oostenrijk (de Meijere, 1926a; Hering, 1961a) en Hongarijë (Surányi, 1942a).

larve

Beschreven door de Meijere (1926a, als facialis).

synoniemen

Phytomyza facialis: de Meijere, 1926a.

literatuur

Ahr (1966a), Černý & Vála (1996a, 1999a), Hering (1957a, 1961a, 1963a), Huber (1969a), de Meijere (1926a, 1928a, 1937a), Skala & Zavřel (1945a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

mod 25.vi.2018