Phytomyza facialis Kaltenbach, 1872

Diptera, Agromyzidae

mijn

Lange smalle bovenzijdige gangmijn die in de buurt van de bladbasis begint en naar de bladtop toe loopt, daaromtrent omkeert en terugloopt, en pas tegen die tijd ietwat in breedte toeneemt. Frass in het ganggedeelte in een zeer smalle continue mediane lijn. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Apiaceae, monofaag

Bupleurum falcatum, longifolium, ranunculoides.

fenologie

Larven in juli en october (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Duitsland, Polen, Tsjechië en Frankrijk (Fauna Europaea, 2008).

larve

De larve wordt beschreven door de Meijere (1928a). (De beschrijving van Ph. facialis door de Meijere [1926a] heeft betrekking op Ph. elsae Hendel).

synoniemen

Phytomyza inulicola Hering, 1936.

opmerkingen

De naam wordt in de Fauna Europaea geschreven als fascialis.

literatuur

Beiger (1979b), Černý & Vála (1996a, 1999a), Hering (1924b, 1936c, 1957a, 1961a), Huber (1969a), de Meijere (1926a, 1928a), Sasakawa (1961a), Skala & Zavřel (1945a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

20/10/2014

mod 18.vii.2017