Phytomyza fulgens Hendel, 1920

16114_01

Clematis vitalba, België, Viroinval

16114_01

mijn in detail

16114_03

nog een mijn

mijn

Gangmijn; de gang begint met een onderzijdig spiraaltje of vlekje. Het bovenzijdige gangdeel dat daarop volgt heeft onregelmatig uitgevreten gangwanden, en frass in lange parelsnoertjes. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Ranunculaceae, monofaag

Clematis flammula, recta, vitalba.

fenologie

Volgens Hering (1957a) is de mijn gevonden tussen october en december, maar in 1955(a) verrmeldt hij larvenmateriaal uit eind mei. Robbins (1995a) zegt dat de soort in Engeland twee generaties heeft, in zomer en late herfst. Mijnen, die ik eind september in Zuid-België vond waren, op één dode larve na, alle verlaten.

BENELUX

BE waargenomen (Ellis: Viroinval).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Engeland, Duitsland, Oostenrijk (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a). Een foto van de mijn van “Phytomyza vitalbae” in Popescu-Gorj & Drăghia (1966a) uit Roemenië doet sterk denken aan fulgens.

larve

literatuur

Ahr (1966a), Beiger (1979a), Beri (1971e), Hering (1955a, 1957a), Maček (1999a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Robbins (1991a), Spencer (1954a, 1972a), von Tschirnhaus (1999a), Utech (1962a).

18/12/2011

mod 25.vii.2017