Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza hendeli

Phytomyza hendeli Hering, 1923

op Anemonastrum, Anemone

Phytomyza hendeli: mine

uit Hering (1957a)

Phytomyza hendeli: vacated mines on Anemone nemorosa

Anemone nemorosa, Denemarken, Geelskov © Morten Kofoed-Hansen

Phytomyza hendeli: mine on Anemone nemorosa

gang-gedeelte van de mijn

Phytomyza hendeli: larva

larve (achtereind); ook is een deel te zien van het eerste begin van de gang

mijn

Smalle bovenzijdige gangmijn, vaak langs de bladrand. Frass aanvankelijk in draadjes, later in ver uiteenliggende flinke korrels. Verpopping buiten de mijn (Hering, 1925b). Beiger (1960a) geeft een afbeelding van de mijn.

waardplanten

Ranunculaceae, nauw oligofaag

Anemonastrum narcissiflorum; Anemone hortensis, hupehensis, nemorosa, ranunculoides.

fenologie

Larven in juni-juli (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (Kabos, 1971a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en Finland tot de Alpen, en van Engeland tot Litouwen en Polen (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

larve

Zie de Meijere (1926a).

Phytomyza hendeli: post spiraculum

achterspiraculum (uit Nowakowski, 1962b)

opmerkingen

De beschrijving van de larve door Beri (1971a), afkomstig van een “ongedetermineerde composiet” kan geen betrekking hebben op deze soort.

literatuur

Ahr (1966a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1960a, 1970a), Beri (1971e), Beuk (2002a), Buhr (1932a), Černý (2001a, 2011a), Černý & Bächli (2018a), Černý & Merz (2006a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dreger & Myssura (2005a), Hering (1923a, 1925b, 1926a,b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Maček (1999a), de Meijere (1926a), Michalska (1970a, 1976a), Nowakowski (1954a, 1962b), Pakalniškis (1995a, 2004a), Robbins (1991a), Sønderup (1949a), Spencer (1972a, 1976a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 17.iii.2019