Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza ilicis

Phytomyza ilicis Curtis, 1846

hulstvlieg

op Ilex

Phytomyza ilicis: mine on Ilex aquifolium

Ilex aquifolium, Nieuwendam

18208

Ilex aquifolium, Nieuwendam: heel jonge mijnen (10 december)

8775_2

ovipositie-littekens, bladonderzijde

drie mijnen, al in het puparium-stadium, met een onderzijdig deel; de middelste met vogelpredatie

Phytomyza ilicis in Ilex aquifolium: scars of feedings punctures

Ilex aquifolium, landgoed de Dellen © Hans Jonkman: littekens van voedingsprikjes

mijn

Ovipositie, in mei-juni, in de onderzijde van bladsteel of hoofdnerf van het jonge blad, laat een duidelijk litteken achter. De larve tunnelt in de loop van de komende maanden in de hoofdnerf, in de richting van de bladtop. In december-januari gaat de larve de bladschijf in, en volgt de eerste vervelling. Vervolgens begint de larva aan een blaasmijn in de bladschijf. Deze is interparenchymaal, in de middelste laag van het (drielagige) palissadeparenchym. De meeste frass is geconcentreerd in het centrum van de mijn; op deze plek kleurt de epidermis meestal wijnrood. Vaak daalt de larve, kort voor de verpopping af in de bovenste delen van het sponsparenchym, en maakt daar een tweede blaas. Die is gewoonlijk heel groot, maar moeilijk waarneembaar omdat er geen enkele verkleuring optreedt. Verpopping in de mijn, bovenzijdig, maar onderzijdig als er een tweede blaas was gevormd. De voorspiracula steken door de epidermis naar buiten.

waardplanten

Aquifoliaceae, monofaag

Ilex aquifolium.

fenologie

Larven in de blaasmijn van december tot mei.

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Frankrijk en Italië, en van Ierland tot Polen (Fauna Europaea, 2007); Hongarije (Csóka, 2003a).

larve

puparium

synoniemen

Phytomyza aquifolii Goureau, 1851.

opmerkingen

Zeer gewoon, in tuinen en parken (waar de hulstbladeren gewoonlijk wat dikker zijn) nog talrijker dan in de natuur.

Ph. ilicis behoort tot een monofyletische groep soorten die alle mineren op bomen van het geslacht Ilex. Tegenover de ene Europese soort in deze groep staan niet minder dan elf in Noord-Amerika (Lonsdale & Scheffer, 2011a).

Meer dan enige andere mineerder is Ph. ilicis regelmatig slachtoffer van predatie door vogels. Zie verder voor de biologie van deze fascinerende mineerder Miall & Taylor (1907a) en Ellis (2000a).

Op de onderstaande foto zijn twee normale mijnen te zien (beide overigens ten prooi gevallen aan vogelpredatie), en een gangmijn. Die is gemaakt door een ilicis-larve die, na het verlaten van de hoofdnerf, er niet in is geslaagd om tijdig een blaasmijn te maken. De gang die hij maakte werd in hoog tempo gevuld met wondweefsel, en uiteindelijk is de larve door een overmaat aan wondweefsel doodgedrukt.

Phytomyza ilicis

Ilex aquifolium, Santpoord-Noord

Ilex aquifolium, Nieuwendam; heel zelden lukt het de larve om vanuit de dodelijk gang toch weer een blaas te vormen, zoals hier in de mijn rechtsboven.

literatuur

Andersen & Jonassen (1994a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Csóka (2003a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Dek & Van Steenwinkel (2018a), Dempewolf (2001a), Ellis (2000a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1955b, 1957a), Jeanneau (1972a), Kabos (1971a), Kirichenko, Augustin & Kenis (2018a), Lonsdale & Scheffer (2011a), Maček (1999a), Manning (1956a), McCulloch (2019a), de Meijere (1924a, 1926a, 1939a), Miall & Taylor (1907a), Niblett (1956a), Robbins (1991a), Rydén (1926a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Skala (1941a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1971a, 1972a, 1976a), Spooner & Bowdrey (2012a), Stammer (2016a), Starke (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1970a).

Laatste bewerking 6.iv.2019