Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza lappae

Phytomyza lappae Goureau, 1851

8635

Arctium sp., Nieuwendam

15258_115258_2

Arctium sp., Hilversum, Zwarte Berg: frass-patroon

Phytomyza lappae: mine on Arctium spec.

Arctium spec., Hongarije, Mosonmagyaróvár, 1.vi.2018 © László Érsek

Phytomyza lappae: mine on Arctium spec.

larve in de mijn

Phytomyza lappae: larva, ventral

larve, ventraal

mijn

Lange, zich weinig verbredende gang. Het eerste deel van de gang is sterk gekronkeld, en het allereerste deel ervan is onderzijdig; voor het overige is de gang bovenzijdig. Het onderzijdige deel is bij doorvallend licht als een lichte plek zichtbaar. De gang is vaak nogal hoekig omdat hij over lange stukken een bladnerf kan volgen. Frass in vrij grote, wijd uiteenliggende korrels, vaak over een heel traject aan dezelfde zijde van de gang liggend. Vaak een aantal mijnen in een blad, dat er dan van een afstand soms bijna wit uitziet. Verpopping buiten de mijn; boogsnede in de bovenepidermis.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Arctium lappa, minus, nemorosum, tomentosum.

Vermeldingen in de literatuur van Diervilla moeten wel berusten op xenofagie.

Phytomyza cynoglossi, die volgens Hering (1930b, 1957a) zou leven op Cynoglossum, is volgens von Tschirnhaus (1999a) een synoniem van lappae. Als de synonymie correct is moet er iets met het kweken zijn misgegaan – of omgekeerd.

fenologie

Larven van mei tot october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn &a von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX waargenomen (Ellis: Hockslay).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en Finland tot de Pyreneeën, Italië en Thracië, en van Engeland tot Bulgarijë (Fauna Europaea, 2008).

larve

synoniemen

Phytomyza femoralis von Roser, 1840; Ph. lappina Goureau, 1851; Ph. arctii (Kaltenbach, 1856); Ph. cynoglossi Hering, 1930.

parasitoïden, predatoren

Chrysocharis viridis.

opmerkingen

De beschrijving van de larve door de Meijere (1926a, 1928a) is gebaseerd op een mix van verscheidene soorten. Ook de larvebeschrijvingen door Kuroda (1960a) en Sasakawa (1961a) die eveneens ten dele zijn gebaseerd op materiaal van niet-Arctium materiaal moeten met voorzichtigheid worden gebruikt.

literatuur

Ahr (1966a), Beiger (1955a, 1960a, 1970a, 1978a, 1979a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2001a), Černý & Vála (1996a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Csóka (2003a), Dempewolf (2001a), Drăghia (1967a, 1968a, 1970a, 1971a, 1974a), Dreger & Myssura (2005a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1926b, 1930b, 1932g, 1936b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Griffiths (1962a), Guglya (2021a), Kabos (1971a), Kuroda (1960a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), Marshall (2017a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), de Meijere (1924a, 1926a, 1928a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1982b), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Robbins (1991a) Rydén (1926a), Sasakawa (1961a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Starý (1930a), Stolnicu (2007a, 2008a), Surányi (1942a). von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 26.vi.2022